islam
mannelijk (de)/ɪsˈlɑm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) monotheïstische godsdienst die na alle profeten uit het jodendom en Christus, Mohammed als laatste profeet zietIn Nederland staat het iedereen vrij om de islam als godsdienst te hebben.
Etymologie
*van (ʾislām) "onderwerping" (als gelovige aan Allah), in de betekenis van ‘moslimgodsdienst’ voor het eerst aangetroffen in 1820
Vertalingen
EngelsIslam
Fransislam
DuitsIslam
Spaansislam
Italiaansislam
Arabischالإسل
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek