ischias
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) een zenuwontsteking bij de heupZij had last van ischias.
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘heupjicht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1826
Vertalingen
Engelssciatica
Franssciatique
Spaansciática
Italiaanssciatica
Japans坐骨神経痛
Poolsrwa kulszowa
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek