irrigeren
/ˌɪriˈɣerə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov), (landbouw) op grote schaal water naar landbouwgrond transporteren om de gewassen mee te bevloeienDoor te irrigeren kan in grote delen van de wereld voedsel verbouwd worden.
- (medisch) (een wond, lichaamsholte) (met een irrigator) uitspoelen
Etymologie
*afgeleid van het Franse irriguer
Vertalingen
Engelsirrigate
Fransirriguer
Duitsbewässern
Spaansirrigar, regar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek