inzweren

/ˈɪnzwerə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) beëdigen, iemand de (ambts)eed af laten leggen
    Toen burgemeester Janssens in de Antwerpse brandweerkazerne Zuid enkele rekruten inzwoer, stak hij zijn afkeuring voor vrouwonvriendelijke posters niet onder stoelen en banken.*[http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=AK1I6OS8 Nieuwblad.be 4-10-2007]

Etymologie

*De officiële Woordenlijst Nederlandse taal vermeldt alleen zwoor in, hoewel inzwoer in de praktijk vaker voorkomt dan inzwoor. Die laatste vorm blijkt verder in modern Nederlands vooral te worden gebruikt voor betekenis [A], waar het eigenlijk zwoer in zou moeten zijn.