inzet
mannelijk (de)/ˈɪnzɛt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (spel) wat men aan het risico van het spel blootstelt
- de mate waarin men zich aan een bepaald doel wijdtHet verschil tussen de directe reflexmatige reactie van een eenvoudig organisme op een prikkel - bijvoorbeeld de chemotaxis van een bacterie - en de zeer gecompliceerde verwerking met inzet van alle mogelijkheden waarover een mens beschikt, is zeer groot.
- (muziek) het moment waarop een muziekinstrument zijn partij begint begint te spelen
- dat wat men wil bereikenDe inzet van de peacemakers is een wereldwijd verbod op kernwapens.
Vertalingen
Engelsstake
Fransenjeu
DuitsEinsatz
Spaansapuesta
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek