invalshoek

mannelijk (de)/ˈɪɱvɑlsˌhuk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de richting vanwaaruit je iets bekijkt
    Je kunt de embryowet bekijken vanuit een juridische en vanuit een medische invalshoek.
    De bioloog zag al het menselijk gedrag vanuit een evolutionaire invalshoek.