intrekken
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) een eerdere toezegging of regeling ongedaan makenAlle verlof werd ingetrokken.Er was een vernietigende recensie over het nieuwe boek van de beroemde schrijver.De Onderwijsinspectie hoeft een vernietigend rapport over het Cornelius Haga Lyceum niet in te trekken. Het gerechtshof in Den Haag wil zich in hoger beroep niet uitspreken over de rechtmatigheid van het document.
- (ov) naar binnen halenGeschrokken trok de slak zijn voelhorentjes in.
- naar binnen gaan‘Dit is het,’ fluisterde ik opgewonden in het duister. Vandaag zou ik de woestijn intrekken, een dorre vlakte die mij totaal vreemd was.
- gaan inwonen (bij iemand)Hij woont hier in de buurt, maar toch moet je de komende vierentwintig dagen bij hem intrekken.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek