intrek

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ~ nemen bij iemand: bij iemand gaan wonen
    Hij nam zijn intrek bij Jan en zijn familie.
    Zelf had hij juist zijn intrek genomen op de bovenverdieping van een van de huizen die het dichtst bij de oever stonden.

Etymologie

* van intrekken.