intrappen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. met geweld openen met name van een deur
    De politieagent trapte met één welgemikte schop de deur in om de oude vrouw uit het brandende huis te redden.
  2. een als grap bedoelde onwaarheid geloven
    De goed gelovige man trapte ieder jaar weer in de 1 aprilgrap die zijn vrouw voor hem bedacht.
    Dit komt deels door de kwaliteit van de nepvideo, maar vooral door wat erin wordt gezegd. "Poetin zegt iets dat haaks staat op wat we nu van hem verwachten. Dit geldt ook voor wat Zelensky zegt in de nepvideo." Dit is volgens Dobber de belangrijkste reden dat weinig mensen in deze nepvideo's zullen trappen.
  3. indrukken van een pedaal met de voet
    De man wilde eens lekker opschieten en trapte dus het gaspedaal eens flink in.
  4. iets kapot stampen

Uitdrukkingen

  • een open deur intrappenmet nadruk iets zeggen waar iedereen het al over eens is

Vertalingen

Engelscrush, shatter, smash
Spaanspisar, quebrantar, romper con estrépito