international

mannelijk (de)/ˌɪntərˈnɛʃənəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) (teamsporten) speler uit de officiële ploeg die voor zijn land uitkomt in een landenwedsrijd
    De 19-jarige rechtsback heeft van Ajax toestemming gekregen om met FC Barcelona te onderhandelen over een meerjarig contract. Dat bevestigde Joes Blakborn, de zaakwaarnemer van de international van de Verenigde Staten.
  2. economie (economie) bedrijf dat in vele landen produceert en verkooptVooral gebruikt bij beursgenoteerde bedrijven, als onderscheid met bedrijven die vooral van de ontwikkelingen in één of enkele landen afhankelijk zijn.
    Als het gaat om aandelen, beleggen exploitanten graag in de internationals Ahold, ING, Koninklijke Olie en Unilever.
  3. onderwijs, informeel (onderwijs) (informeel) buitenlandse student

Etymologie

*van "international"