intermezzo

onzijdig (het)/ˌɪntərˈmɛdzo/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. toneel (toneel) kleine vertoning, zangspel of ballet tussen de bedrijven van een toneelstuk gegeven
  2. muziek (muziek) klein muziekstuk als overgang tussen twee grotere muziekstukken
    Tijdens het intermezzo speelde er een bandje.
  3. figuurlijk (figuurlijk) iets dat gezegd of gedaan wordt in afwijking, als afdwaling van het eigenlijke onderwerp
  4. geschiedenis, figuurlijk (geschiedenis) (figuurlijk) periode tussen twee tijdperken
    Maar dat het pas later in het onderwijsprogramma kwam, wanneer de leerlingen beter in staat waren de inhoud van dit verschrikkelijke intermezzo in de geschiedenis van Europa in zich op te nemen.

Etymologie

*van , in de betekenis van ‘tussenspel’ aangetroffen vanaf 1810

Vertalingen

Fransintermezzo
Spaansintermedio