intensief

onzijdig (het)/ˌɪntɛnˈsif/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. grammatica (grammatica) een werkwoord waarvan de vorm een versterkte werking aangeeft, in het bijzonder door de van de stam van een bestaand werkwoord de slotmedeklinker is verscherpt
    Bukken, snuffen, wikken en hikken zijn intensieven van buigen, snuiven, wegen en hijgen.
  2. grammatica (grammatica) een bijvoeglijk naamwoord waaraan een versterkend element is toegevoegd
    "Piepklein" is een intensief van "klein", net zoals "bikkelhard" dat van "hard" is.

Etymologie

|url=https://nos.nl/artikel/2449086-grootste-uitbraak-vogelgriep-tot-nu-toe-300-000-vogels-gedood-in-heythuysen|uitgever=NOS|taal=nl||bezochtdatum=2022-10-19|citaat=De vijf andere bedrijven met pluimvee die zich in een straal van 3 kilometer rondom het getroffen bedrijf bevinden, worden gescreend. De komende twee weken worden die dieren intensief gemonitord op ziekteverschijnselen, schrijft ook 1Limburg.

Vertalingen

Engelsintensive
Spaansintensivo