intellectueel

mannelijk (de)/ˌɪntɛlɛktyˈwel/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand met een verstandelijke instelling
    In de jaren vijftig was het roken van Gauloises een stijlkenmerk van de intellectuelen. Met name existentialisten als Jean Paul Sartre hadden ze vrijwel permanent in een mondhoek bungelen. De Telegraaf 30 nov. 2016 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/12167/engelsen-doven-frans-icoon-gauloises Engelsen doven Frans icoon Gauloises]
    Uit het boek American Kompromat (2021): ‘We hadden al snel in de gaten dat Trump intellectueel zwak was en zeer gevoelig voor vleierij. Dat was de ideale basis om hem in te palmen.’ [https://www.parool.nl/columns-opinie/trump-hebben-we-helemaal-in-de-zak-we-hebben-flink-wat-kompromat-over-hem-zei-de-medewerker-van-lavrov~b9a994c5/ www.parool.nl (21 mrt 2025)]

Etymologie

*afgeleid van intellect

Vertalingen

Engelsintellectual, intellectual
Fransintellectuel, intellectuel
Spaansintelectual, intelectual