integriteit
vrouwelijk (de)/ɪntəɣriˈtɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- onschendbaarheid, eerlijkheid, oprechtheidIemands integriteit in twijfel trekken.De douane kon op zowel ondemocratische als iemands integriteit schendende wijze naar smokkelgeld zoeken.
- betrouwbaarheid van gegevens in het kader van informatiebeveiliging
Etymologie
*Van het Engelse integrity of het Franse intégrité, van het Latijnse 'integritas'
Vertalingen
Engelsintegrity
Fransintégrité
DuitsIntegrität
Spaansintegridad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek