integraalrekening

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wiskunde (wiskunde) methode om de oppervlakte te berekenen begrensd door de grafiek van een functie en de horizontale coördinaatas (x-as), tussen twee verticale lijnen (de begin- en eindwaarde van de integraal)

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘berekenen van de oorspronkelijke functie uit de afgeleide’ voor het eerst aangetroffen in 1740

Vertalingen

Spaanscálculo integral