inswinger

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bal die met een boog het doel ingaat
    Na een prachtige inswinger van Pablo Rosario volgde een bekeken schuiver van Albert Gudmundsson. Ajacied Leon Bergsma maakte in tweede helft een eigen doelpunt.
    In de 82e minuut viel de enige treffer van de thuisploeg. Marc Albrighton leverde een inswinger af waarop doelman Heurelho Gomes zich verkeek.

Etymologie

* uit het Engels