instabiliteit
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het instabiel zijn, de onbestendigheidDe instabiliteit van de financiële sector is de motor geweest van het populisme in Europa. "Primair is het de bankensector geweest", aldus minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem [http://www.nu.nl/economie/4363403/financiele-sector-belangrijke-factor-in-opkomst-populisme-europa.html www.nu.nl (10 dec 2016)]‘Hij glijdt af”, „hij is losgeslagen”, „er is iets mis met hem”. Meerdere westerse leiders, politici en analisten hebben Vladimir Poetins inval van Oekraïne de afgelopen weken verklaard uit zijn veronderstelde mentale instabiliteit. [https://www.nrc.nl/nieuws/2022/03/07/wat-poetins-oorlog-zo-gevaarlijk-maakt-a4097970 www.nrc.nl (7 mrt 2022)]
Etymologie
*afgeleid van stabiliteit ; op te vastten als afgeleid van instabiel
Vertalingen
Engelsinstability
Spaansinestabilidad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek