inslaan

/ˈɪnslan/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) met grote snelheid met een stilstaand voorwerp in botsing komen
    De bom sloeg in in de achterkant van het huis.
    Met haar metalen golfplaten dak leek deze plek me niet geschikt om bescherming te bieden, eerder een uitnodiging aan de bliksem om in te slaan.
  2. ditr (ditr) iets ~ met een slag iets naar binnen toe doen verbuigen of breken
    De woeste krijger sloeg zijn tegenstander met een knots de hersens in.
  3. ov (ov) voorzien van benodigdheden
    Drank en hapjes inslaan voor een fuif.
  4. gaan in een gekozen richting
    Hij sloeg zonder ook maar eenmaal om te kijken de richting van de Blauwe Wierenzee in. {{Aut|Herzen, Frank
    Hij bleef de ingeslagen weg volgen.