insecten
/ɪnˈsɛktə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een klasse van , die behoren tot de geleedpotigen (). Met meer dan een miljoen beschreven soorten vormen de insecten verreweg de grootste klasse binnen het dierenrijk. Geschat wordt dat er vele miljoenen soorten nog niet zijn beschreven en benoemd. Insecten komen voor in vrijwel alle leefomgevingen op aarde, met name op het land en in zoetwater. In de zeeën overheerst een andere groep geleedpotigen, de kreeftachtigenIk filterde zo snel mogelijk een liter water voor mijn avondmaal en zocht een wat hogerop gelegen plek in de hoop daar wat minder last van de insecten te hebben.
Etymologie
* "insect" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek