inpeperen
/ˈɪmpepərə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) bestrooien van voedingsmiddelen met peperHeb je het hamlapje al ingepeperd?
- (bij een discussie) iemand de les lezen.
- (ditr) iemand ergens voor bestraffenHij heeft dat flink ingepeperd gekregen.
Etymologie
* of samenstellend afgeleid van "in" en "peper" , in de betekenis van ‘betaald zetten’ voor het eerst aangetroffen in 1564
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek