inpakken
/ˈɪmpɑkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) in een verpakking doenOp deze foto zie je Kim voor haar broertjes' eerste verjaardag een cadeautje inpakken.
- (ov) in een omhulsel doenDe machine pakte een doos met tomatensoep in.
- volstoppen met goederenDe Renault 4 werd vakkundig ingepakt waarbij elke centimeter werd benut.Snel pakte ik mijn rugzak in en vertrok met een dikke laag kleren aan.
Vertalingen
Engelspack up, pack
Fransempaqueter, emballer
Duitseinwickeln, einpacken
Spaansenvolver
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek