inlopen
/ˈinlopə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) een ruimte betredenZij waren de verkeerde kamer ingelopen.
- (erga) een afstand goedmakenZe waren bijna een volle ronde ingelopen op de koploper.
- tweede betekenisomschrijving.Zin met het inlopen in de tweede betekenis erin.
- enz.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek