inlopen

/ˈinlopə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) een ruimte betreden
    Zij waren de verkeerde kamer ingelopen.
  2. erga (erga) een afstand goedmaken
    Ze waren bijna een volle ronde ingelopen op de koploper.
  3. tweede betekenisomschrijving.
    Zin met het inlopen in de tweede betekenis erin.
  4. enz.