inkt

mannelijk (de)/ɪŋ(k)t/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een gekleurde vloeistof waarmee men kan schrijven en tekenen
    Onderaan elke bladzijde van het grootboek stond een groter negatief transportbedrag dan op de bladzijde ervoor, en na een bezoek aan de veemarkt bleef de inkt soms bladzijdenlang zo rood als bloed.
    'Hoe voelt het om in een blad te staan?' Ik liet mijn blik weer op de bladzijde vallen, de inkt die niet meer uitgewist kon worden, de bedrieglijke bestendigheid van papier.
    Het tekenen met penseel en inkt geeft een prachtige lijn maar fouten zijn nauwelijks te corrigeren.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘schrijfvloeistof’ voor het eerst aangetroffen in 1351

Vertalingen

Engelsink
Fransencre
DuitsTinte
Spaanstinta