inkrimping

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het kleiner maken van iets
  2. het van minder aanzien worden van iets of iemand
    De fysieke afname aan ruimte en meubilair was een weerspiegeling van onze eigen inkrimping, van een aanzienlijke familie met diverse bedienden en veel bezoek naar een gereduceerd huishouden met slechts een dienstmeisje om te koken en schoon te maken, in een plaats met veel minder families met wie wij konden omgaan.

Etymologie

* afleiding van inkrimpen