inkoop
mannelijk (de)/ˈɪŋkop/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (handel) aanschaf van goederenDe inkoop van grondstoffen is nodig voordat de productie kan beginnen.
- (handel) gekochte goederen (alleen meervoud)Hij had een deel van zijn inkopen bij de kassa laten staan.
Etymologie
*van Middelnederlands "incoop", van "inkopen"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek