inkoop

mannelijk (de)/ˈɪŋkop/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. handel (handel) aanschaf van goederen
    De inkoop van grondstoffen is nodig voordat de productie kan beginnen.
  2. handel (handel) gekochte goederen (alleen meervoud)
    Hij had een deel van zijn inkopen bij de kassa laten staan.

Etymologie

*van Middelnederlands "incoop", van "inkopen"