inhaaldag
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een dag waarop men iets doet, wat men door omstandigheden op een eerdere dag niet kon doenDe broertjes Albert en Douwe Visser hebben gisteren de twee wedstrijden in het Friese Woudsend tijdens de Friese skûtsjesilen kampioenschappen gewonnen. Op deze inhaaldag finishte bij de eerste race Albert, met zijn skûtsje Drachten, als eerste. Tijdens de tweede wedstrijd in de middag, was favoriet Douwe Visser van de Sneek weer de snelste. Douwe kan de winst voor het kampioenschap nu bijna niet meer ontgaan.de Telegraaf 31 jul. 2013Komende weekeinde zullen er naar alle waarschijnlijkheid wederom veel wedstrijden worden afgelast. De eerste inhaaldag in 2018 is pas op 27/28 april 2018.Tubantia Raymond Willemsen 13-DECEMBER-2017
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek