informeren
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) ~ over: inlichtenHij is daarover omstandig geïnformeerd.
- (inerg) ~ naar: vragen naar inlichtingEr is een paar maal geïnformeerd naar de voortgang van de procedure.Toen ik bij de barman naar de wificode informeerde, bromde hij dat het internet al een week niet werkte.Ze informeerden naar wat ik allemaal had gegeten, of ik weer wat slangen had gezien en of ik niet gek werd van al dat lopen.
- (refl) zich ~ zichzelf van informatie voorzienHij had zich daarover niet voldoende geïnformeerd.
Etymologie
*afgeleid van het Franse informer
Vertalingen
Engelsinform
Fransinformer
Duitsinformieren
Spaansinformar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek