informatica

vrouwelijk (de)/ˌɪɱfɔrˈmatiˌka/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wetenschap, wiskunde (wetenschap), (wiskunde) de leer van de mechanische verzameling en verwerking van informatie
    Ik studeer al twee jaar informatica aan de Universiteit Leiden.

Etymologie

* Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘leer van de automatische informatieverwerking’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1964

Vertalingen

Engelscomputer science
Fransinformatique
DuitsInformatik
Spaansinformática
Italiaansinformatica
Portugeesciência da computação, informática
Japans情報科学, コンピュータサイエンス
Poolsinformatyka
Zweedsdatavetenskap, datalogi