informateur

mannelijk (de)/ˌɪɱfɔrmaˈtør/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die informeert (informatie vergaart en verstrekt)
  2. politiek (politiek) iemand die na de Tweede Kamerverkiezingen onderzoekt of een kabinetsformateur met een bepaalde opdracht kans van slagen zou hebben

Etymologie

* van informeren