influx
mannelijk (de)/ˈɪnflʏks/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- instroom, toevloed
Etymologie
*via "influx" of direct uit Latijn "influxus"[http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010143767:mpeg21:a0066 "Melbourne" in: Algemeen Handelsblad jrg. 61 nr. 18461 (25 april 1888)] p. 5 kol 4; geraadpleegd 2015-07-29:'(...) berichten, dat de Northern Territory van Zuid-Australië met een "influx" van Chineezen in grooten getale bedreigd wordt (...)'
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek