inferioriteit

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. van mindere waarde of kwaliteit zijnde
    Er werden duizenden foto's gemaakt die, voorzien van racistische bijschriften, op grote schaal in drukwerk onder de Duitse bevolking werden verspreid. Zo probeerde de overheid de Duitsers te overtuigen van de inferioriteit van de volken waarmee Duitsland in oorlog was.{{Aut | Roodenburg, Linda
  2. van een lagere rang zijnde

Etymologie

*afgeleid van het Franse infériorité () [https://fr.wiktionary.org/wiki/infériorité Wiktionnaire]

Vertalingen

Fransinfériorité
Spaansinferioridad