infectie

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) een besmetting van lichaamsweefsel met ziekteverwekkers als bacteriën, virussen, schimmels of parasieten en de daaropvolgende ontstekingsreactie
    Omdat hij niet al te hygiënisch met zijn contactlenzen omging, had hij al gauw een infectie aan zijn oog.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aansteking’ voor het eerst aangetroffen in 1664

Vertalingen

Engelsinfection, contamination
Fransinfection
Spaanscontagio, infección
Italiaansinfezione
Japans感染
Turksenfeksiyon
Poolszakażenie, infekcja
Zweedsinfektion