infarct

onzijdig (het)/ɪɱˈfɑrᵊkt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) verstopping van een ader of slagader, leidend tot de afsterving van weefsel

Etymologie

*van modern Latijn "infarctus", in de betekenis van ‘verstopping van de bloedtoevoer’ voor het eerst aangetroffen in 1847

Vertalingen

Spaansinfarto
Portugeesinfarte