inefficiëntie

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het met veel moeite en kosten weinig bereiken
    Maar het meest treffende bewijs van de inefficiëntie van de bovengenoemde verordeningen was Napoleons poging de plunderingen te stoppen en de orde te herstellen.
    Dat Europa zelf geld steekt in militaire ontwikkelingen was hiervoor in politieke zin taboe, zegt Zandee. Het gebeurt nu nog versnipperd over de 28 EU-lidstaten. Met als gevolg: inefficiëntie, geldverspilling en nauwelijks innovatie.

Etymologie

* afleiding van efficiëntie

Vertalingen

Engelsinefficiency