industrie
vrouwelijk (de)/ˌɪndʏsˈtri/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- nijverheid
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘nijverheid, fabriekswezen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1864
Vertalingen
Engelsindustry
Fransindustrie
DuitsIndustrie
Spaansindustria
Poolsprzemysł
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek