indruk

mannelijk (de)/ˈɪndrʏk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de uitwerking van iets op het gemoed of de geest
    De eerste indruk van hem was zeer goed.
    Ik vond het verbijsterend om te horen hoeveel indruk de trail destijds op deze man had gemaakt.
  2. een merk dat door indrukking ontstaat
    Doordat hij zijn ring op papier sloeg, ontstond er een indruk van zijn ring op het papier.

Etymologie

*van Middelnederlands indruc; afleiding van het (werkwoord) indrukken

Vertalingen

Engelsimpression
Fransimpression
DuitsEindruck
Spaansimpresión