indringing
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de keer dat iets of iemand ergens met kracht of geweld naar binnen gaat
- de keer dat men zich al te sterk ergens emotioneel mee bemoeit
Etymologie
afleiding van (nomact) van indringen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek