indo-europeaan
mannelijk (de)/ˌɪndoˌʔøropeˈjan/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geschiedenis) lid van een prehistorisch volk en spreker van het Proto-Indo-Europees
- (geschiedenis) (maatschappij) (verouderd) persoon van gemengd Indonesische en Europese (veelal Nederlandse) afkomst, dan wel een (Europese) Nederlandse man die geassimileerd is in de Indonesische samenleving (door een relatie met een inheemse vrouw)
Etymologie
*afgeleid van Indië en Europeaan
Vertalingen
EngelsIndo-European, Eurasian
Franseurasien
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek