indijking

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. stuk land dat is omgeven door een dijk; water dat is omgeven door een dijk
    Keer op keer lezen we over de desastreuze effecten van natuurverschijnselen als stormvloeden, dijkdoorbraken, verzandingen en de paalworm, en over de reactie van de mens hierop in de vorm van indijkingen, droogleggingen, het vervangen van houten palen door steenbeslag en de vergeefse pogingen om met moddermolens de vaargeulen op diepte te houden. NRC Roelof van Gelder 9 april 2010 [https://www.nrc.nl/nieuws/2010/04/09/het-natte-hart-van-holland-11874603-a1220011 Het natte hart van Holland]

Etymologie

* van indijken