inbreuk

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (juridisch) iets schenden
    Er werd geen inbreuk gemaakt op het auteursrecht met het downloaden van liedjes.

Etymologie

*afgeleid van inbreken

Vertalingen

Engelsinfraction, violation
Fransinfraction
DuitsRechtsbruch, Rechtsverletzung, Übergriff
Spaansinfracción, violación
Deensovergreb