inboedel

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de gebruiksvoorwerpen die horen tot de inrichting van een huis, zoals het meubilair, klein- en groothuishoudelijke apparatuur en de huishoudwaar (keukengerei en tafelwaar)
    De inboedel was goed verzekerd, dus na de brand konden we nieuwe meubels kopen.

Vertalingen

Engelsfurniture
Fransmobilier
DuitsHausrat
Spaansenseres