inblikken

/ˈɪmblɪkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) voedsel conserveren door het in een blikken vat luchtdicht te verpakken
    Zalm, tonijn, erwten en bonen worden veel ingeblikt.

Etymologie

*samenstellende afleiding van in (voorzetsel) en blik (zelfstandig naamwoord) dat de onbepaalde wijs van een werkwoord vormt

Vertalingen

Engelscan