inbinden

/ɪmbɪndə/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) door stevige omwikkeling bijeenhouden
    Bind voorlopig dat verwonde been maar stevig in.
  2. ov (ov) losse geschriften tot een enkel boekwerk verwerken
    Ik heb de losse nummers van dit jaar in laten binden.
  3. inerg (inerg) minder heftig tekeergaan
    Na die kordate afwijzing heeft hij toch aardig ingebonden.

Vertalingen

Engelsbind, bind, restrain
Fransrelier, relier, retenir
Duitseinbinden, einbinden, zurückstecken
Spaansencuadernar, encuadernar, recoger velas
Italiaansrilegare, rilegare, moderarsi