implosie

vrouwelijk (de)/ɪmˈplosi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. natuurkunde, techniek (natuurkunde), (techniek) een zeer snel ineenklappen van een holle ruimte door overdruk van buitenaf, doorgaans met een knal, maar in principe zonder vuurverschijnselen.
    Bij de oude vacuümgezogen televisiebuizen kwam een implosie wel eens voor.
  2. bouwkunde, techniek (bouwkunde), (techniek) het reduceren van oude gebouwen tot een puinhoop door het opblazen van de steunende constructie-onderdelen
    De implosie van de oude toren verliep volgens het boekje, geheel rechtstandig zakte hij in een stofwolk.

Etymologie

* van imploderen

Vertalingen

Engelsimplosion
Fransimplosion
DuitsImplosion
Spaansimplosión