impertinentie
vrouwelijk (de)/ˌɪmpɛrtiˈnɛn(t)si/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- handeling die uiting geeft aan een gebrek aan achting of beleefdheidEven glinsterde het sap tussen haar lippen, toen slikte zij, en het was of het enige onderwerp waar Willem Augustijn met haar over spreken wilde voorgoed verdween in de diepte van haar geveinsde descretie; of zij het met razendsnel raffinement, door een impertinentie op zich te nemen die zij niet begaan had, voor eens en altijd had ingepakt en opgeborgen in de secretaire van het privé-domein.Mag ik u eigenlijk wel tutoyeren? U kent mij niet, maar ik ken jou beter dan sommige figuren die al jaren stamgast aan mijn verjaardagstafel zijn. Tegelijk bewonder ik u, uw bescheidenheid en uw volharding, zozeer dat enige beleefdheid gepast zou zijn. Met gevaar voor impertinentie: het blijft jij.
Etymologie
* van "impertinence", op te vatten als afgeleid van impertinent
Vertalingen
Engelsimpudence, rudeness, brutality
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek