immuniteit
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) onvatbaarheid voor een ziekte
- onschendbaarheid m.b.t. bepaalde wettenWe zien agenten van de federale overheid, bewapend door de federale overheid, getraind door de federale overheid, op wetteloze, willekeurige wijze en met schijnbaar volledige juridische immuniteit mensen lastigvallen, aanvallen, verwonden en zelfs vermoorden op de straten van onze steden.”[https://www.nrc.nl/nieuws/2026/02/07/historicus-en-auteur-jill-lepore-ik-verwacht-dit-jaar-veel-politiek-geweld-in-de-vs-a4919282 www.nrc.nl (7 feb 2026)]
Etymologie
*Van het Engelse immunity of het Franse immunité, van het Latijnse 'immunitas'
Vertalingen
Engelsimmunity
Fransimmunité
DuitsImmunität
Spaansinmunidad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek