imaginatie

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het vermogen om mentale beelden, ideeën en/of gevoelens op te roepen, zonder dat men deze zintuiglijk waarneemt
    Tijdens het open huis kunnen bezoekers een kijkje nemen bij de vaste deelnemers in het centrum zoals de kapper, de uitvaartondernemer en de fysiotherapeut of bij de kraampjes van onder meer een stijlconsulent, imaginatie- en alternatieve therapeuten en diverse kankerpatiëntenverenigingen. Tubantia 16-11-07 [https://www.tubantia.nl/overig/kenniscentrum-houdt-vandaag-open-huis~a9292f8b/ Kenniscentrum houdt vandaag open huis]
    Bij het ophalen van geheugendetails en het reconstrueren tot een goedlopend verhaal moet de opgediste informatie op accuraatheid worden getoetst. Dat gebeurt door de voorste hersenschors. De hersengebieden daar werken op latere leeftijd lang niet altijd meer optimaal, waardoor ouderen moeite kunnen hebben met het onderscheiden van voorvallen die zij echt hebben meegemaakt en fictieve gebeurtenissen die het product zijn van hun imaginatie. NRC 24 september 2010 [https://www.nrc.nl/nieuws/2010/09/24/oude-herinnering-kan-vervormd-zijn-11947218-a505921 Oude herinnering kan vervormd zijn]
  2. beeld dat men in zijn geest maakt

Etymologie

* afleiding van imagineren ; uit het Frans