ijverzucht

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de (te) grote neiging om hard te werken
    In het Bijbelse taalgebruik is ijveren soms laakbaar gedrag. Jozua wordt vanwege zijn ijverzucht berispt door Mozes. Paulus getuigt van de onbekeerde Joden dat ze een ijver tot God hebben, maar niet met verstand. Reformatorisch Dagblad ds. J. M. J. Kieviet 28-03-2017 [https://www.rd.nl/opinie/column-ds-j-m-j-kieviet-ijver-1.1388507 Column (ds. J. M. J. Kieviet): IJver]
    De noeste woordenboekmaker zelfs was geen gelukkig mens. De pokken verwoestten zijn gezicht. Zijn maniakale ijverzucht en ordeningsdrang vervreemdden hem van zijn omgeving. NRC Kester Freriks 29 augustus 2014 [https://www.nrc.nl/nieuws/2014/08/29/150-jaar-van-dale-of-toch-140-jaar-1416169-a775024 150 jaar Van Dale of toch 140 jaar?]
  2. jaloersheid

Vertalingen

Engelsenvy, jealousy