ijslaag

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɛislax/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ijs dat als een laag ergens overheen ligt m.n. over wegen
    In Dronten wordt er ondertussen al ijs gelegd. Het schaatsseizoen op ijsbaan Leisure World begint zaterdag. „We brengen nu de ijslaag aan”, vertelt Yvonne Obbema van Leisure World. „Dat doen we ’s ochtends omdat de omstandigheden dan iets beter zijn, maar we kunnen het hier binnen goed controleren met een luchtbehandelingskast.” Het komt de schaatsbaan niet slecht uit dat het eind deze week slechter weer wordt. „De wedstrijdschaatsers staan al te popelen, maar voor de recreanten moet het echt herfst- en winterweer zijn. Een mooie nazomer is fijn, maar deze temperaturen hoeven voor ons niet zo.” NRC Alex van der Hulst 13 september 2016
    Wanneer hij 's ochtends wakker werd onder zijn Noorse donzen dekbed, het enige wat hij had bijgedragen aan de inrichting, de Zweden gaven er nog steeds de voorkeur aan om onder gewone dekens kou te lijden, lag er een dunne ijslaag op het waswater in de kan bij zijn wastafelkast, soms was zelfs de pis in de van een blauw patroon voorziene pot onder het bed bevroren.