ijsgors
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een vogel uit de familie Calcariidae die in toendragebieden broedt en zuidwaarts trekt om in gematigde klimaten te overwinterenIn Nederland telden de vogelaars gezamenlijk 228.126 vogels. Er werden 169 soorten waargenomen. 'Het totale aantal getelde vogels bleef flink achter vanwege het slechte weer', aldus een woordvoerster. Ook dit jaar waren er enkele opvallende verschijningen waaronder een dwerggans, roodhalsgans, ijsgors en twee zeearenden.
Vertalingen
EngelsLapland Bunting
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek